Uitrijden dierlijke mest

De uitrijdperiode van dierlijke mest op klei- en veengrond en op grasland is van 1 februari tot en met 15 september. Voor alle grondsoorten geldt dat het uitrijden van mest op (gedeeltelijk) besneeuwde grond NIET is toegestaan.

Emissie-arm aanwenden
In vrijwel alle gevallen wordt mest 'emissie-arm’ aangewend. Dat houdt in dat de boer de mest moet onderwerken. Er is een aantal manieren om dat te doen. Bij mestinjectie wordt de mest circa één decimeter onder het bodemoppervlak in de grond gespoten. Maar eggen of ploegen voldoet ook. Op grasland mag de mest ook op de bodem worden gebracht. Wel moet het gras eerst opzij worden gedrukt. De stroken mest mogen niet te dicht bij elkaar liggen en niet breder zijn dan vijf centimeter.

Er zijn uitzonderingen op deze algemene regels. Zo mag vaste dierlijke mest op grasland worden gebracht zonder dat het emissie-arm wordt aangewend. Ook bij de fruitteelt mag vaste dierlijke mest zonder bovenstaande beperkingen worden opgebracht.

Wat te doen bij een overtreding?
Heeft u hierover vragen of vermoedt of ziet u dat een boer de regels overtreedt, dan kunt u terecht bij de plaatselijke politie. Zij zijn de eerst aangewezen instantie om op te treden.

Uitgelicht

Zoeken